Uw bedrijf moet een groot koelvermogen kwijt, maar u wilt niet dat de installatie dag in dag uit water verdampt? Dan botst u al snel op de vraag die elke koeltoepassing bepaalt: kiest u voor een koeltoren of voor een droge, adiabatische koeler? Bij Ghent Renewables in de Gentse haven, dat afvaloliën voorbehandelt tot grondstof voor hernieuwbare brandstoffen, kwam die vraag in 2024 op tafel. Hieronder leest u hoe we samen tot de oplossing kwamen.
Begin altijd bij vermogen en temperaturen
Onze eerste vraag is bij elk koelproject dezelfde: welk vermogen moet er gekoeld worden, en welke temperaturen wenst u?
Bij Ghent Renewables kwam daar een koelvermogen van 2.700 kW uit, met een waterregime van 38/30 °C. Die twee gegevens bepalen meteen het speelveld. Zonder dat vertrekpunt valt er over type, formaat of verbruik van een installatie weinig zinnigs te zeggen.
Koeltoren of adiabatische koeler?
Bij een vermogen van 2.700 kW stellen we meestal een koeltoren voor. Die heeft een kleinere voetafdruk en verbruikt minder elektriciteit. Het nadeel: een koeltoren verdampt continu water.
Daar was Ghent Renewables geen voorstander van. Als alternatief konden we een adiabatische koeler voorzien. Zo'n koeler werkt 95 tot 97 procent van de tijd in droge modus. Enkel voor de resterende 3 tot 5 procent wordt water verneveld, om de luchttemperatuur te laten dalen. Door het hogere waterregime valt dat aandeel hier nog kleiner uit.
Met andere woorden: u ruilt wat elektriciteit en ruimte in voor een installatie die het grootste deel van het jaar geen druppel water verbruikt.
Waarom twee koelers en niet één
Een vermogen van 2.700 kW is te groot om in één koeler te krijgen. Daarom hebben we de installatie opgesplitst in twee toestellen: één van 2.000 kW en één van 700 kW.
De koeler van 2.000 kW is onze grootste uitvoering:
20 ventilatoren
12 meter lang, 2,4 meter breed en 2,9 meter hoog
totaalgewicht van 6.300 kg
De 'kleinere' koeler van 700 kW blijft ook een stevig gevaarte:
6 ventilatoren
7,5 meter lang, 1,3 meter breed en 1,9 meter hoog
totaalgewicht van 2.300 kg
Die opsplitsing heeft nog een voordeel dat verder gaat dan de technische noodzaak: u kunt het koelvermogen trapsgewijs inzetten, naargelang wat het proces op dat moment vraagt.
Plug-and-play, met een slimme sturing
Wat deze units interessant maakt, is dat ze plug-and-play zijn. Elke koeler wordt geleverd met een complete sturingskast, waarin u verschillende setpunten instelt.
De interne regeling stuurt de EC-ventilatoren aan en regelt het toerental tussen 0 en 100 procent. Ook het adiabatisch systeem is slim geregeld: het treedt pas in werking vanaf een bepaald setpunt, draait dan eerst op 30 procent en gaat pas daarna naar 100 procent.
Het resultaat is een installatie die op twee fronten spaart. Met de ventilatoren bespaart u elektriciteit, met het adiabatisch systeem bespaart u water.
De juiste koeloplossing begint bij de juiste vragen
Er bestaat geen standaardantwoord op een koelvraag. Een koeltoren is voor de ene toepassing de logische keuze, terwijl een adiabatische koeler beter past zodra waterverbruik zwaarder doorweegt dan elektriciteitsverbruik of ruimte. Wat de juiste oplossing is, hangt af van uw vermogen, uw temperaturen, uw beschikbare plaats en uw prioriteiten.
Bij TAS overlopen we die punten graag met u. Onze specialisten bekijken de technische gegevens, denken actief mee over het type installatie en komen indien nodig ter plaatse langs. Zodat u een koelinstallatie krijgt die past bij uw proces, en niet omgekeerd. Neem online contact op met ons